- Home
- > Vogels kijken
- > Vogelgids
- > Zoekresultaat
- > Detailpagina
Kramsvogel
- Overige namen
- Fieldfare, Turdus pilaris
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Lijsters (Turdidae)
- Status
- Jaarvogel. Zeer schaarse broedvogel; doortrekker en wintergast in zeer groot aantal
- Rode Lijst
- Ja
- Beluister
Informatie
De kramsvogel is in Nederland vooral in de winter te zien. Hoewel de soort wel broedt in het zuiden en oosten van het land zijn de aantallen in het voorjaar erg laag. In najaar en winter is het 'tsjak-tsjak-tsjak' van de kramsvogel zeer regelmatig te horen: wie het geluid eenmaal kent, hoort het overal. Dan blijken kramsvogels opeens een stuk meer voor te komen dan daarvoor vermoed werd. Meestal leven kramsvogels erg teruggetrokken. In goede broedgebieden kunnen ware kramsvogelkolonies voorkomen - iets wat in Nederland niet meer te zien is. Hier is de kramsvogel op haar retour, na tijdelijk een tamelijk algemene broedvogel geweest te zijn.
Algemeen
- Overige namen
- Fieldfare , Turdus pilaris
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Lijsters (Turdidae)
- Status
- Jaarvogel. Zeer schaarse broedvogel; doortrekker en wintergast in zeer groot aantal
- Europese verspreiding
- Kramsvogels komen voor van Zuidoost-Frankrijk en de BeNeLux, noordwaards tot in het uiterste noorden van Fenno-Scandinavië en oostwaards tot de Amoer-rivier in Rusland. De kramsvogel is een van de meest voorkomende vogelsoorten van Noord-Europa. In Fenno-Scandinavië broedt zo'n 60% van de in totaal ongeveer 4,4 tot 8,7 miljoen Europese broedparen.
Leefomgeving en voedsel
- Biotoop
- Boomgaarden, bos, park en tuin
- Voedsel- en broedbiotoop
- De kramsvogel broedt in bosranden, in bossen bij open plekken en moerassen, in meer open parkbossen en struweel, in tuinen, boomgaarden en andere gecultiveerde gebieden met bomen. In het noorden ook in kleine gebieden met bomen in open, ruig, landschap. Het nest is meestal tamelijk geëxposeerd, in een vork van dikke takken of de stam. De kramsvogel broedt vaak in een kolonie, met meerdere nesten per boom en meerdere aangrenzende bomen bewoond.
- Voedsel
- In de zomer wormen en insecten, 's winters bessen en afgevallen fruit
Broeden
- Broedperiode
- Vanaf eind april
- Koloniebroeder
- Ja
- Aantal legsels
- Vaak twee legsels per jaar
- Aantal eieren
- 5-6, soms 3-8
Herkenning
- Opvallende kenmerken
- Grote lijster met lange staart en lichtgrijze stuit en witte ondervleugels
- Gedrag
- foerageert 's winter in groepen
- Kleed
- Naast de lichtgrijze stuit en witte ondervleugels hebben kramsvogels een roodbruine mantel en een overwegend grijze kop. De onderzijde is zwaar getekend met een oranjegele tint op de borst.
- Formaat/ lengte
- 22-27 cm.
- Snavel
- Als merel, iets steviger
- Poten
- zwart
Vogeltrek
- Trekroute
- Kramsvogels die in Nederland broeden trekken weg in zuidelijke tot zuidwestelijke richting, naar België en Frankrijk. Het zijn niet bepaald lange afstandstrekkers.
- Overwinteringsgebied
- De mondingen van de Gironde en de loop van de Rhône en de Loire in Frankrijk. De kramsvogels die in Nederland overwinteren zijn vooral afkomstig uit Rusland en overwegend het zuiden van Scandinavië.

