Spring naar content

Ganzen kijken

roodhalsgans & brandgans / Birdphoto

Het hoge Noorden

De ganzen die zich in de wintermaanden in onze streken ophouden zijn afkomstig uit gebieden langs de poolcirkel: Nova Zembla, Spitsbergen, Scandinavië, Siberië. Op het eerste gezicht zijn toendra’s met hun korte en gure zomers nu niet de meest geschikte gebieden om te nestelen en jongen groot te brengen. Toch heeft juist dit onherbergzame landschap voor de ganzen een aantal belangrijke pluspunten.

Toendra’s zijn vrijwel onbewoond; van verstoring door menselijke activiteiten is hier geen sprake. Natuurlijke vijanden zoals sneeuwuilen en poolvossen komen wel voor, maar doordat de zon tijdens de zomermaanden niet onder de horizon verdwijnt, kunnen deze rovers tijdig worden opgemerkt.

Parasieten, die in warmere streken nogal eens slachtoffers onder de nestelende vogels maken, komen er dankzij de lage temperatuur nauwelijks voor. De zomers mogen dan kort zijn, maar doordat de zon niet verdwijnt is er wel sprake van een explosieve plantengroei. En bovendien: de ganzen kunnen 24 uur per etmaal voedsel zoeken en hoeven zodoende nooit een lege maag te hebben. Voor grazers is dat belangrijk, want de begroeiing op de toendra bevat nu eenmaal weinig voedingsstoffen.

toendrarietgans / BirdphotoGanzenfamilies

Ganzen nestelen tamelijk dicht bij elkaar op droge ‘eilandjes’ in de toendra. Het uitbroeden van de eieren is vrouwenwerk; tijdens die periode verlaten ze zelden of nooit het nest. Om de eieren zo efficiënt mogelijk te verwarmen -direct via de huid- hebben ze het dons op hun borst weggeplukt.

Wanneer de eieren eenmaal zijn uitgekomen en de jongen kunnen lopen, breekt voor de ouders een riskante tijd aan: die van de rui. Net als andere watervogels verliezen ganzen al hun slagpennen tegelijkertijd. Dat heeft als voordeel dat de rui kort duurt, maar als nadeel dat de ganzen enige tijd niet kunnen vliegen en een makkelijke prooi vormen voor roofdieren. Ook hier bewijst de moerasachtige toendra zijn waarde; door zich terug te trekken op waterrijke plekken weten de ruiende ganzen buiten het bereik van de poolvossen te blijven.

Na het broedseizoen blijven de jongen (in tegenstelling tot veel andere vogelsoorten) in familieverband bij elkaar. Pas na de eerste ‘wintervakantie’ in zuidelijkere streken gaan de meeste eerstejaars hun eigen weg. Maar ringonderzoek heeft aangetoond dat sommige jonge ganzen veel langer bij hun familie blijven. Ganzen zijn trouwe echtgenoten en blijven een leven lang bij elkaar.

De trek naar het zuiden

rotgans / BirdphotoDe overgang van zomer naar winter verloopt in het arctische gebied razend snel. Al in september valt de winter in. Sommige ganzen kiezen ervoor om in een paar stevige rukken naar onze streken te vliegen en arriveren begin oktober al, anderen laten zich door de vorstgrens geleidelijk naar het zuiden drijven. Een deel geeft de voorkeur aan de Engelse of Franse kust.

Tijdens de trek vliegen ganzen in een keurige V-formatie. Dat is natuurlijk niet voor niets; door zo dicht bij elkaar te vliegen profiteren ze van de opstijgende wervelingen van de voorganger. Dat bespaart maar liefst de helft van de benodigde energie. Door geregeld van positie te wisselen, worden de krachtsinspanningen over de groep verdeeld. Bij lange afstanden vliegen de ganzen vaak op een hoogte van enkele kilometers.

Waarom Nederland?

De voorkeur van ganzen voor Nederland is bepaald niet nieuw. Als je goed kijkt, kun je in de luchtpartijen van heel wat oude winterschilderijen vliegende ganzen ontdekken. Wat maakt ons land nu zo aantrekkelijk voor ganzen?

Om te beginnen: het klimaat van de Hollandse winter. Tijdens een normale winter groeit het gras - het hoofdvoedsel voor ganzen - door. Weliswaar veel langzamer dan in de zomer, maar dat is nu juist wat de ganzen goed uitkomt. Want als het gras snel groeit, dreigt de omgeving te verruigen en valt er voor de ganzen weinig meer te halen. Het tempo waarmee het jonge, eiwitrijke en veel beter te verteren wintergras groeit, is voor de ganzen goed bij te houden.

Ook het Hollandse landschap bevalt de ganzen prima. Het vlakke land biedt net als de toendra overzicht zodat ganzen hun vijanden kunnen zien aankomen. Bovendien komt bijna overal water voor. En water betekent veiligheid. De meeste ganzen brengen de nacht door op het water of op plekken die zijn omringd door water. Wanneer tijdens een strenge vorstperiode plassen en meren dichtvriezen, trekken de meeste ganzen naar de deltagebieden in het zuidwesten van ons land waar vrijwel altijd open water te vinden is. Kortom: Nederland is een ganzenland bij uitstek. Ruim een miljoen ganzen brengen hier de winter door, ongeveer de helft van alle in Europa overwinterende ganzen. Nederland draagt dan ook een internationale verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de gans.

Vogelbescherming Optiek

Vogelbescherming heeft een serie kijkers laten maken van uitstekende kwaliteit.

Vogelbescherming Optiek

 
 

Vogelgids

Zoek een vogelsoort.

 
 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen? Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen.