- Home
- > Vogels beschermen
- > Wet- en Regelgeving
- > Wetlandsverdrag
Wetlandsverdrag
Nederland is een waterrijk land. Ruim een kwart van ons land valt onder de definitie van wetlands: 'Waterrijke gebieden, moerassen, vennen, veen- of plasgebieden, natuurlijk of kunstmatig, blijvend of tijdelijk, met stilstaand of stromend water, zoet, brak of zout, met inbegrip van zeewater, waarvan de diepte bij eb niet meer is dan zes meter'.
Deze definitie is afkomstig uit het Wetlandsverdrag uit 1971. Dit verdrag heet ook wel Wetlandsconventie of Verdrag van Ramsar, naar de plaats in Iran waar het verdrag getekend is. Momenteel zijn er ruim 150 landen bij aangesloten.
Doel
Het oorspronkelijk doel van het verdrag was om wetlands te beschermen voor het in stand houden van de populaties watervogels. Door de jaren heen is het blikveld verruimd en wordt getracht de wetlands in het algemeen te beschermen om aantasting en verlies van deze belangrijke gebieden tegen te gaan en de natuurlijke bronnen duurzaam te gebruiken. Wetlands spelen bijvoorbeeld ook een rol in het opvangen of vasthouden van water. Door de effecten van klimaatverandering kan deze bufferfunctie steeds belangrijker worden. Maar de wetlands zijn ook van onschatbare waarde voor voor visserij, recreatie en drinkwater.
Morele verplichtingen
De landen die het verdrag tekenen, doen dit vrijwillig. De juridische status van het verdrag is dan ook anders dan die van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Europese richtlijnen bevatten namelijk dwingende verplichtingen, en de landen zijn verplicht om de doelen uit de richtlijnen na te streven en in hun nationale wetten vast te leggen. Als een land dat niet (tijdig) doet, wordt dat land voor het Europese Hof van Justitie geroepen.
De verplichtingen uit het Wetlands Verdrag vallen onder de categorie ‘morele verplichtingen’: de ondertekening is een blijk van het voornemen van landen om hun wetlands te beschermen. Dit betekent echter niet dat landen het kunnen ondertekenen en dan naast zich neer leggen, er bestaat grote internationale politieke druk om het verdrag na te leven.
1% van vogelpopulatie
Landen die zich aansluiten bij het verdrag moeten tenminste één wetland aanwijzen om op te nemen in de lijst van ‘wetlands van internationale betekenis’. Nederland heeft 49 gebieden op de lijst staan, waaronder de Waddenzee, de Zeeuwse wateren en het IJsselmeer. Een belangrijk criterium bij de aanwijzing is de 1%-drempel: wanneer 1% van de populatie van een watervogelsoort geregeld in een gebied verblijft, moet het gebied worden aangewezen als wetland van internationale betekenis. De verdragsstaten dragen de verantwoordelijkheid om hun gebieden te beschermen, en er verstandig mee om te gaan.

