Spring naar content

Criteria

Het ministerie van LNV hanteert sinds 1994 vaste uitgangspunten voor het opstellen van Rode Lijsten, gebaseerd op trend en zeldzaamheid. Om ook internationaal een vergelijk te kunnen maken van de toestand van vogelsoorten in Nederland zijn tevens de internationaal erkende criteria van de IUCN (International Union for the Conservation of Nature) toegepast.

Belangrijkste criteria 

  • In de periode na 1900 moet een soort minimaal een periode van 10 jaar achter elkaar in Nederland hebben gebroed.
  • Bij het bepalen van de mate van bedreiging is gekeken naar een combinatie van trend (achteruitgang in aantal broedparen en verspreiding) ten opzichte van 1960 en zeldzaamheid (aantallen nu en verspreiding nu).

Trend ten opzichte van 1960

Om de trend te bepalen wordt het aantal broedvogels dat in 1960 aanwezig was als referentie aangehouden. Om op de Rode Lijst te komen moet bij de algemene soorten meer dan 50% achteruitgang zijn vastgesteld (bij zeldzame en vrij zeldzame meer dan 25%). Er is ook naar achteruitgang in verspreiding gekeken, maar dat is maar voor een enkele soort relevant.

duinpieper / Foto Natura

Klassen trend (% achteruitgang aantal broedvogels):
Stabiel of toegenomen 25%
Matig afgenomen 25-49%
Sterk afgenomen 50-74%
Zeer sterk afgenomen 75-100%
Maximaal afgenomen 100%

Zeldzaamheid

Bij zeldzaamheid wordt gekeken naar het aantal individuen en naar zeldzaamheid in verspreiding (aantal atlasblokken). Voor bijna alle soorten op de Rode Lijst is zeldzaamheid in aantal individuen het belangrijkste uitgangpunt. Voor een enkeling geeft de verspreiding de doorslag. Een soort als de grote stern bijvoorbeeld valt qua aantal in de klasse algemeen, maar kwalificeert voor de Rode Lijst op grond van verspreiding. Voor de visdief geldt ongeveer hetzelfde: is algemeen in aantal, maar vrij zeldzaam als het op verspreiding aankomt.

ortolaan / Foto Natura

Klassen zeldzaamheid (op basis van aantal individuen):
Zeer zeldzaam 1-249
Zeldzaam 250-2.499
Vrij zeldzaam 2.500–24.999
Algemeen gelijk of >25.000

 

 

Mate van bedreiging (= combinatie van trend en zeldzaamheid)

VN Soorten die uit Nederland zijn verdwenen
Een soort krijgt deze status pas als het eerste jaar dat niet meer in Nederland werd gebroed tien of meer jaar geleden is en de soort sindsdien geen regelmatige broedvogel meer is.

VNW In het wild uit Nederland verdwenen soorten
In het wild uit Nederland verdwenen (geldt alleen voor de kwak), waarvan in gevangenschap een populatie in stand gehouden wordt.

EB Ernstig bedreigde soorten
Soorten die zeer sterk zijn afgenomen en zeer zeldzaam zijn.

BE Bedreigde soorten
Soorten die sterk zijn afgenomen en zeldzaam tot zeer zeldzaam zijn en soorten die zeer sterk zijn afgenomen en zeldzaam zijn.

KW Kwetsbare soorten
Soorten die zijn afgenomen en vrij tot zeer zeldzaam zijn en soorten die sterk tot zeer sterk zijn afgenomen en vrij zeldzaam zijn.

GE Gevoelige soorten
Soorten die stabiel of toegenomen zijn en zeer zeldzaam zijn en soorten die sterk tot zeer sterk zijn afgenomen en algemeen zijn.