Spring naar content

Actieplan voor de huismus

Het gaat niet goed met de huismus. In enkele decennia is het aantal broedparen gehalveerd van zo’n 2 miljoen naar ½ -1 miljoen broedparen. Wie had kunnen denken dat de – tot voor kort – meest algemene vogel van ons land op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels terecht zou komen? Gelukkig hoeft de ordinaire straatrakker nog niet als 'zeldzaam' bestempeld te worden, maar de soort gaat nog elk jaar in aantal achteruit. In sommige grote steden is de huismus zo goed als verdwenen.

Nederland te netjes

Er is niet één reden aan te wijzen waarom de huismus in aantal achteruit gaat.
Hoewel de huismus een uitgesproken cultuurvolger is en bovendien uitermate veelzijdig, is de huismus eigenlijk een veeleisende soort. Vanzelfsprekend heeft elke soort, zo ook de huismus, zijn eigen specifieke wensen. Tot voor kort was de soort echter zo algemeen dat niemand daar bij stilstond. Als één van de factoren ontbreekt, zullen er geen mussen zitten. Alleen het aanbrengen van nestgelegenheid – zoals in veel plannen staat – is niet voldoende.

Geschikt huismussenhabitat bestaat uit de volgende elementen:

  • ruim voldoende nestgelegenheid
  • continu voedsel in de directe omgeving van dekking
  • voldoende inheems groen als leverancier van eiwitrijk voedsel voor de jongen
  • evergreens in hagen of gevelbegroeiing
  • zandbad
  • water

Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen, bij voorkeur binnen een straal van een paar honderd meter. Bovendien spelen groepsgrootte en uitwisseling tussen verschillende groepen een belangrijke rol. Geïsoleerde populaties van minder dan 10 paar zullen in de regel verdwijnen.

 

Kolonies in kinderboerderijen, maneges, dierentuinen, stations e.d. zijn de laatste bolwerken in het stedelijk gebied. Behoud van deze bolwerken is essentieel voor het behoud van de huismus, van hieruit kan de populatie zich herstellen.

Omdat de voorziening voor de huismus op een zeer klein oppervalk gerealiseerd kunnen én moeten worden, kan middels de aanleg van stapstenen –kleine stukken voorkeursbiotoop- contact tussen verschillende leefgebieden en populaties bestaan.

Huismussen verplaatsen zich doorgaans over geringe afstand. Nieuwe gebieden, of oude gebieden die weer geschikt zijn, moeten binnen de actieradius van de huismus liggen. In veel gevallen zullen de voorziening voor huismussen helemaal geen ruimte innemen. Het gaat dikwijls immers om keuzes die mensen maken in de inrichting van hun eigen leefomgeving.

De eerste voorwaarde voor de aanwezigheid van mussen, is de aanwezigheid van mensen.