Spring naar content

Soorten

Het beschermingsplan Duin- en Kustvogels gaat uit van 23 vogelsoorten die symbool staan voor het duin- en kustbiotoop. Al deze 23 soorten zijn kenmerkend voor alle belangrijke landschappen langs de kust. Het behoud van deze soorten is afhankelijk van het behoud van pionierbiotopen zoals stranden en eilanden (sterns, strandplevier, bontbekplevier en kluut), vochtige duinvalleien (blauwe kiekendief en paapje) en open duin (griel en tapuit).

 

De 23 soorten

SOORT RL NB BROEDPAREN %NL %N2000
kleine zilverreiger GE   13-31 56 ?
lepelaar   NB 850-1235 83 93
middelste zaagbek GE   15-35 85 ?
eidereend   NB 5750-8750 100 99
blauwe kiekendief GE NB 60-80 95 100
grauwe kiekendief EB NB 0-1 13 13
kluut   NB 6100-7500 84 85
griel VN   0 0 0
bontbekplevier KW NB 130-300 56 68
strandplevier BE NB 170-210 69 93
bonte strandloper VN   0-3 100 100
tureluur GE   5600-7000 28 ?
zwartkopmeeuw   NB 100-670 55 82
lachstern VN   0-1 100 100
grote stern BE NB 14350-18500 100 100
visdief KW NB 10300-12100 82 ?
noordse stern   NB 1580-1980 100 88
dwergstern KW NB 340-435 80 99
velduil EB NB 22-27 82 92
nachtegaal KW   2800-3200 43 ?
paapje BE NB 70-100 14 29
tapuit BE NB 300-400 50 73
grauwe klauwier BE NB 0-1 1 77
Tabel: Aantallen broedparen duin- en kustvogels in Nederland voor de 23 geslecteerde doelsoorten met hierbij vermeld hun classificatie op de Rode Lijst (RL) en NB-wet (soorten waarvoor een instandhoudingsdoel bestaat).
(VN = uitgestorven, EB =  Ernstig bedreigd, BE = bedreigd, KW = kwetsbaar, GE = gevoelig (Van Beusekom et al. 2005). Verder wordt het aandeel van de soort dat in de kustzone breodt binnen geheel Nederland weergegeven en het aandeel dat de soort dat broedt in de Natura 2000-gebieden (alle N2000 gebieden) (SOVON & CBS 2005, Willems et al. 2006).
 

Gratis kustvogelkaart

vraag de kaart aan

Kustvisie

download brochure

Vogels voor de kust

vraag de brochure aan