Spring naar content

Leefgebied kwartelkoning

kwartelkoning / Foto NaturaTwee belangrijke kenmerken bepalen geschikt broedhabitat voor kwartelkoningen: de vegetatie moet tenminste 20-30 cm hoog zijn en voldoende dekking bieden. Te dichte vegetatie, zoals we dat bijvoorbeeld in bemeste graslanden vinden, wordt gemeden. De dichtheid aan stengels is daar dusdanig dat de vogels moeite hebben er doorheen te lopen. De meeste kwartelkoningen vinden we daarom in extensieve hooilanden, vaak in rivier- en beekdalen, waar door de vochtige bodem doorgaans later in het seizoen wordt gemaaid.

Hooiland en akkers favoriet

De Nederlandse kwartelkoningen komen vooral voor in grasland dat als hooiland wordt beheerd (late maaidata). Hier bevindt zich jaarlijks 40-50% van alle territoria. Het gaat dan in ongeveer een derde van alle gevallen om hooiland dat door een natuurbeheerder (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of een Provinciaal Landschap) wordt verpacht aan boeren. Daarnaast zijn percelen in trek waar de boer een beheerspakket voor heeft aangevraagd. Zulke pakketten, meestal in het kader van het zogemaande Programma Beheer, stimuleren een eerste snede die doorgaans enkele weken na de eerste snede in gewoon boerenland ligt. Tegen de tijd dat kwartelkoningen in het voorjaar arriveren zijn graslanden met late maaidata vaak nog de enige percelen die als broedgebied in aanmerking komen. Een tweede belangrijke groep kwartelkoningen (40-45% van de territoria) komt voor in akkers.

Grootschalige akkers in het Oldambt

Het broeden op akkers is vooral een Groningse aangelegenheid. De grote populatie in het Oldambt broedt voor vrijwel 100% in grootschalige akkers. Favoriet zijn hier vooral luzerne, karwij en graszaad. Deze gewassen komen in verhouding echter weinig voor, en numeriek gezien liggen de meeste Oldambster territoria (60%) daarom in wintertarwe. Al deze gewassen hebben met elkaar gemeen dat ze in mei, bij aankomst van de kwartelkoningen, al een hoge en gesloten vegetatie vormen. Dat biedt niet alleen de door kwartelkoningen gewenste dekking, maar heeft waarschijnlijk ook een positief effect op de aanwezige voedselbronnen. Recent zijn ook grotere aantallen kwartelkoningen in Flevolandse akkers vastgesteld. Het daar geprefereerde gewas is vooral luzerne.

In de uiterwaarden

Een kleiner deel van de kwartelkoningen (15-20%) broedt in natuurontwikkelingsterreinen. Deze vinden we vooral langs Waal, Rijn en IJssel. Het gaat om natuurgebieden die in de afgelopen 10-15 jaar zijn ingericht, en meestal worden beheerd met behulp van grazers als Konikpaarden, Schotse Hooglanders en Galloways. Door die begrazing onstaat in veel gebieden een mozaiek van ruigtes en grazige plekken. Mits de vegetatie niet te dicht, of niet te open is, vormen deze natuurgebieden aantrekkelijk broedterrein voor kwartelkoningen. Ze worden immers niet gemaaid of anderszins bewerkt, zodat de legsels en kuikens geen gevaar lopen. Een aantal natuurgebieden, zoals Meinerswijk in Arnhem en de Millingerwaard bij Nijmegen behoren al jarenlang tot de betere kwartelkoninggebieden van ons land.

 

Steun vogelbescherming

 
 

Waarnemingen

Geef uw waarnemingen door.

 
 

Meer informatie

Leefgebied
Maatregelen
Waarnemingen