Spring naar content

Kwartelkoning

kwartelkoning / Foto Natura

De kwartelkoning is een karakteristieke vogel van kruidenrijke hooilanden en grootschalige akkergebieden. Zonder speciale maatregelen komt een groot deel van de vogels niet tot broeden.

Terreinbeheerders belangrijk

Bijna de helft van alle Nederlandse kwartelkoningen vestigt zich in terreinen van natuurbeheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen. Staatsbosbeheer herbergt zelfs jaarlijks bijna een kwart van de Nederlandse broedpopulatie!

Dat is niet verwonderlijk, want het zijn vooral de hooilanden van terreinbeerders die doorgaans laat worden gemaaid en nog voor vestiging in aanmerking komen als de kwartelkoningen vanaf eind mei arriveren. Terreinbeheerders hebben dus een belangrijke verantwoordelijkheid voor kwartelkoningen en spelen een grote rol bij de bescherming en het behoud van de soort.

Hieronder staan een aantal veel gestelde vragen door terreinbeheerders:

  1. Hoe kom ik er achter dat er een kwartelkoning in mijn terrein zit?
    Kwartelkoningen roepen na aankomst vooral 's nachts aan een stuk door. Dit is ook het moment dat de inventariseerders op pad zijn om roepende mannetjes in kaart te brengen. Zodra de vogel is gepaard, neemt de roepactiviteit echter sterk af. Is de vogel 's nachts gestopt met roepen betekent dat dus niet automatisch dat de vogel is gevlogen! Het zou ook een sterke aanwijzing kunnen zijn dat er een vrouwtje en een legsel in de buurt is. Zodra het vrouwtje met broeden begint, verplaatst het mannetje zich naar een ander territorium en begint opnieuw met roepen. Dat kan een kilometer verderop zijn, maar ook 100 km verderop, afhankelijk waar op dat moment nog geschikte vegetatiedekking beschikbaar is. Het vrouwtje verlaat haar kuikens na twee weken en paart met een nieuw mannetje voor een tweede broedsel. Ook zij kan zich daarbij over grotere afstanden verplaatsen. De twee broedsels die kwartelkoningen grootbrengen zijn beide noodzakelijk om de hoge jaarlijkse sterfte van de vogels te kunnen compenseren. Jaarlijks overleeft maar 20-30% van de vogels de winter. Een belangrijk deel van de broedvogels bestaat dus uit dieren die in het jaar ervoor zijn geboren.
  2. Hoe groot is het territorium van een kwartelkoning?
    Onderzoek aan gezenderde vogels heeft uitgewezen dat mannetjes kwartelkoningen 's nachts steevast vanaf dezelfde plek roepen. Overdag leggen ze grotere afstanden af en bezoeken ze ook buur-territoria. De grootte van een terrotorium is variabel. De meeste mannetjes hebben territoria van ongeveer 20-30 ha, maar groter, tot 50 ha komt voor. Vrouwtjes blijven meestal binnen 30 m van het nest, maar verplaatsen zich over grotere afstanden (>100 m) zodra de kuikens een week oud zijn.

  3. Wat kan ik doen aan bescherming van kwartelkoningen?
    Bescherming van kwartelkoningen rust op drie peilers:
    1) beschikbaar houden van vegetatie door de zomer heen, klik hier voor details.
    2) uistel van maaidatum tot na 1 augustus, klik hier voor details.
    3) van binnen naar buiten maaien om sterfte van kuikens te voorkomen, klik hier voor details.
  4. Mijn terreinen zijn verpacht, ik ben dus gebonden aan afspraken met pachters en kan niet meewerken aan beschermingsmaatregelen.
    Staatsbosbeheer in het IJsseldal heeft goede ervaringen opgedaan met uitruil van hooiland. Een deel van de percelen wordt niet uitgegeven en achter de hand gehouden. Zodra ergens een kwartelkoning verschijnt wordt de pachter voorgesteld om het deel met de kwartelkoning uit te ruilen tegen een deel uit de reserve. Op deze wijze is enige flexibiliteit in de pachtcontracten te brengen zonder in problemen te komen met pachtafspraken. Belangrijk is uiteraard dat in de pachtcontracten een clausule wordt opgenomen die deze uitruil formeel vastlegt. Ook de wijze van maaien, van binnen naar buiten, zou bij voorkeur in de pachtcontracten moeten worden vastgelegd. Worden percelen van binnen naar buiten gemaaid, neemt de sterfte onder de kleine kuikens met meer dan 50% af.
  5. Ik will meer weten over kwartelkoningen, of advies hoe om te gaan met mijn bijzondere situatie.
    Jan Schoppers van SOVON Vogelonderzoek Nederland is aanspreekpunt voor alles over de kwartelkoning:
    Jan Schoppers
    SOVON Vogelonderzoek Nederland
    Rijksstraatweg 178
    6573 DG Beek-Ubbergen
    telefoon: 024-6848127
    fax: 024-6848122
    Email: kwartelkoning@sovon.nl

Via hem is ook een speciale brochure verkrijgbaar, alsmede een geplastificeerd maaischema hoe een perceel van binnen naar buiten kan worden gemaaid.

 

 
 
 

Maatregelen

In graslanden

  • Niet alles tegelijk maaien.  Het afwisselend vroeg en laat maaien van graslanden levert kwartelkoningen het gehele broedseizoen geschikt leefgebied, bijvoorbeeld als plek voor een tweede broedsel, of als opgroeigebied voor kuikens.
  • Flexibele pachtcontracten.  Beheerders kunnen een aantal percelen niet verpachten en als het ware 'in reserve' te houden. Duiken er op de verpachte percelen kwartelkoningen op, dan wordt de boer een perceel uit de reserve aangeboden, en kan de kwartelkoning ongestoord broeden.
  • Uitstel maaidata in grasland.  Een belangrijke voorwaarde om kwartelkoningen in grasland succesvol te laten broeden is uitstel van de maaidatum tot na 1 augustus. Dan zijn de meeste legsels uitgebroed.
  • Een deel van het perceel uitsparen.  Een werkwijze die tot dusverre vaak wordt toegepast is dat half juni een deel van een perceel wordt gemaaid, en dat min of meer een cirkel of blok vegetatie rond de roepende kwartelkoning blijft staan.

In akkers

  • Percelen strooksgewijs bewerken. Om kwartelkoningen gelegenheid te geven de combine te ontwijken, worden het perceel in stroken van de ene naar de andere kant bewerkt.
  • Kwartelkoning-vriendelijk oogsten in de praktijk Bijvoorbeeld door het van rechts naar links bewerken van het land. De aanwezige kwartelkoningen en hun kuikens horen de machine altijd van dezelfde kant aankomen en kunnen gemakkelijk ontsnappen. In een aanwezige akkerfaunarand kunnen de vogels hun toevlucht zoeken.
  • Aanleg ruige akkerranden en slootbermen. Verschillende vormen van ruige akkerranden en slootbermen in akkerbouwgebieden bieden veel schuilgelegenheid en voedsel voor soorten als patrijs en veldleeuwerik. Hoewel kwartelkoningen tot dusverre nauwelijks broedend in zulke randen zijn vastgesteld, kunnen ze wel dienst doen als toevluchtsoord tijdens of na de oogst.