Spring naar content

Kwartelkoning

kwartelkoning / Foto Natura

De kwartelkoning is een karakteristieke vogel van kruidenrijke hooilanden en grootschalige akkergebieden. Zonder speciale maatregelen komt een groot deel van de vogels niet tot broeden.

Maatregelen in akkers

Uitstel van oogstdatum, zoals dat in grasland gebruikelijk is, ligt bij akkerbouwgewassen een stuk lastiger. Bij luzerne bijvoorbeeld, steekt het heel nauw wanneer het gewas wordt gemaaid (net na de bloeiperiode).

Te laat maaien levert een vrijwel waardeloos gewas op (het gewas is houterig geworden), te vroeg maaien levert weinig biomassa op. Ook uitstel van de oogst van een tarweakker is geen optie. Maatregelen in akkers richten zich dan ook voornamelijk op de wijze van oogsten. Uit onderzoek in het Oldambt is gebleken dat kwartelkoningen in wintertarwe een goede kans hebben om legsels succesvol uit te broeden. Vrijwel alle vogels die er zich voor begin juli vestigen zijn met broeden klaar op het moment dat de combines verschijnen. De machines vormen echter wel een gevaar voor de (meestal) kleine kuikens en mogelijk ook ruiende volwassen vogels, die immers niet kunnen vliegen. Net als in grasland kan ook in akkers de wijze van oogsten worden aangepast. De manier zoals die hieronder is aangegeven wordt zelfs al door veel akkerbouwers gebruikt. Voordeel boven grasland is ook, dat een combine veel minder sneller rijdt dan een tractor met cyclomaaier. De vogels hebben daardoor meer tijd om te ontsnappen.

Percelen strooksgewijs bewerken

Om kwartelkoningen gelegenheid te geven de combine te ontwijken, worden het perceel in stroken van de ene naar de andere kant bewerkt. Daarbij worden eerst de wendakkers bewerkt, zodat de machine goed kan draaien. Het beste kan in die richting worden gemaaid waar na de oogst nog een perceel met vegetatie blijft staan. Dat kan een naburig perceel wintertarwe zijn dat later wordt geoogst, maar bijvoorbeeld ook een akkerfaunarand of een schouwpad naast een sloot.

Kwartelkoning-vriendelijk oogsten in de praktijk

Het perceel in het voorbeeld wordt van rechts naar links bewerkt. De aanwezige kwartelkoningen en hun kuikens horen de machine altijd van dezelfde kant aankomen en kunnen gemakkelijk ontsnappen. In dit geval is een akkerfaunarand aanwezig (het gele vlak aan de linkerzijde van het perceel) waar de vogels toevlucht kunnen zoeken tijdens en na de oogst.


--------------

Alternatief beheer in akkers

Ruige akkerranden en slootbermen

Verschillende vormen van ruige akkerranden en slootbermen in akkerbouwgebieden bieden veel schuilgelegenheid en voedsel voor soorten als patrijs en veldleeuwerik. Hoewel kwartelkoningen tot dusverre nauwelijks broedend in zulke randen zijn vastgesteld, kunnen ze wel dienst doen als toevluchtsoord tijdens of na de oogst. Dat geldt vooral voor de maand augustus, als wintertarwe wordt geoogst en veel van het nog aanwezige leefgebied voor kwartelkoningen ongeschikt raakt. De vogels zijn dan nog afhankelijk van de resterende dekking van bijvoorbeeld akkerfaunaranden en slootbermen. Belangrijk is wel dat dergelijke randen aan twee voorwaarden voldoen:

Er moet sprake zijn van hoge en gesloten (maar niet te dichte) vegetatie;
Geen maaiactiviteiten tussen 1 juli en 1 september.

Alternatief kunnen ook percelen waarop braaklegregelingen van toepassing zijn voor kwartelkoningen interessant zijn. Zo bestaat er in het Oldambt een vorm van 'groene' braak, waarbij luzerne wordt ingezaaid dat pas een jaar later in 'productie' wordt genomen. Het eerste jaar wordt de luzerne pas in september gemaaid. Dergelijke percelen kunnen voor kwartelkoningen dus zowel voor tweede legsels als ook voor kuikens en ruiende vogels soelaas bieden. Voor eerste legsels is het gewas in het late voorjaar nog te laag.

 

 
 
 

Maatregelen

In graslanden

  • Niet alles tegelijk maaien.  Het afwisselend vroeg en laat maaien van graslanden levert kwartelkoningen het gehele broedseizoen geschikt leefgebied, bijvoorbeeld als plek voor een tweede broedsel, of als opgroeigebied voor kuikens.
  • Flexibele pachtcontracten.  Beheerders kunnen een aantal percelen niet verpachten en als het ware 'in reserve' te houden. Duiken er op de verpachte percelen kwartelkoningen op, dan wordt de boer een perceel uit de reserve aangeboden, en kan de kwartelkoning ongestoord broeden.
  • Uitstel maaidata in grasland.  Een belangrijke voorwaarde om kwartelkoningen in grasland succesvol te laten broeden is uitstel van de maaidatum tot na 1 augustus. Dan zijn de meeste legsels uitgebroed.
  • Een deel van het perceel uitsparen.  Een werkwijze die tot dusverre vaak wordt toegepast is dat half juni een deel van een perceel wordt gemaaid, en dat min of meer een cirkel of blok vegetatie rond de roepende kwartelkoning blijft staan.

In akkers

  • Percelen strooksgewijs bewerken. Om kwartelkoningen gelegenheid te geven de combine te ontwijken, worden het perceel in stroken van de ene naar de andere kant bewerkt.
  • Kwartelkoning-vriendelijk oogsten in de praktijk Bijvoorbeeld door het van rechts naar links bewerken van het land. De aanwezige kwartelkoningen en hun kuikens horen de machine altijd van dezelfde kant aankomen en kunnen gemakkelijk ontsnappen. In een aanwezige akkerfaunarand kunnen de vogels hun toevlucht zoeken.
  • Aanleg ruige akkerranden en slootbermen. Verschillende vormen van ruige akkerranden en slootbermen in akkerbouwgebieden bieden veel schuilgelegenheid en voedsel voor soorten als patrijs en veldleeuwerik. Hoewel kwartelkoningen tot dusverre nauwelijks broedend in zulke randen zijn vastgesteld, kunnen ze wel dienst doen als toevluchtsoord tijdens of na de oogst.