Spring naar content

Boerenzwaluw (Hirundo rustica)

Een mooi gekleurd, sierlijk vogeltje van amper 20 gram dat op en neer naar Afrika vliegt en terugkeert naar de omgeving van zijn geboorteplek. De enige vogel die binnenshuis zing. En hoe: met fraaie trillers en rollers. Een boerenzwaluwpaar dat eenmaal ergens succesvol heeft gebroed keert vaak terug naar dezelfde schuur. Ook in de overwinteringsgebieden is plaatstrouw vastgesteld. Mede door zijn leefwijze in de directe omgeving van mensen kan de boerenzwaluw in het rijtje "populairste vogels" worden geplaatst.

Dicht bij mensen, toch op de Rode Lijst

Boerenzwaluwen broeden voornamelijk in menselijke bouwsels zoals schuren. Bij voorkeur met vee erin. Op hoge plaatsen, in donkere hoeken zijn de jongen veilig voor predatoren en is de temperatuur stabiel. Dat is gunstig voor een goed broedsucces. Broeden komt ook voor onder bruggen. Elk jaar broeden er nog heel wat boerenzwaluwparen in Nederland. Het zijn er waarschijnlijk minstens 100.000. Misschien wel 200.000. Toch staan boerenzwaluwen op de 'Rode Lijst' omdat de stand met ca. 50% - 75% is achteruitgegaan sinds de jaren '60 van de vorige eeuw. 

Leefgebied en voedsel

De boerenzwaluw leeft van een breed scala aan grotere insecten. Ze zoeken meestal binnen de 300 meter van de nestlocatie naar voedsel. Boerenzwaluwen kunnen niet tegen langdurig slecht weer: ze hebben nauwelijks een vetvoorraad. Dat betekent dat het foerageergebied ook tijdens slecht weerperiodes voedsel moeten kunnen bieden.
Buiten lopend vee is ook van groot belang. Water moet altijd in de buurt zijn. Naast insecten levert water nestmateriaal (modder, water). Kruidenrijke stroken, houtwallen en een open mestopslag zijn bonusfactoren voor de foerageermogelijkheden..

Oorzaken achteruitgang

  • Door schaalvergroting in de landbouw neemt het aantal boerenbedrijven al jaren af. Datzelfde geldt voor het aantal geschikte schuren. Melktanklokalen moeten vanwege hygiëne-eisen ontoegankelijk voor de boerenzwaluw worden gemaakt. Resultaat: minder broedlocaties.
  • Grote, moderne stallen zijn vaak open en licht. De temperatuur wisselt er sterk: tijdens koude- en warmteperiodes treedt sneller jongensterfte op. Predatoren (uilen en eksters) en nestverstoorders (huismus en spreeuw) kunnen gemakkelijker hun gang gaan. In de stallen worden vaker insecticiden gebruikt. De (in-)directe effecten daarvan voor de boerenzwaluw zullen niet positief zijn. Onderzoek heeft aangetoond dat boerenzwaluwen in moderne stallen minder jongen grootbrengen dan in kleine, ouderwetse broedruimtes.
  • De schaalvergroting in de landbouw werkt ook door in het landschap. In veel streken is bijvoorbeeld het aantal houtwallen sterk verminderd. Hoogproductieve weiden leveren minder soorten insecten op dan kruidenrijke graslanden. Vee, dat insecten aantrekt, graast steeds minder buiten.
  • Een trekvogel als de boerenzwaluw heeft ook te maken met veranderingen in de gevaren onderweg zoals de vergroting van de SAHEL-zone. Veranderende neerslagpatronen in de overwinteringsgebieden zorgen voor verschuivingen in slaapplaatsen en soms ook voedselgebrek.

Beschermen werkt

In het land zijn vele goede voorbeelden te vinden dat beschermen werkt. Verschillende vogelwerkgroepen en agrarische natuurverenigingen gaat het lot van de boerenzwaluw aan het hart. In de gemeente Berkelland zijn jaarlijks vele tientallen vrijwilligers actief om de boerenzwaluwnesten te tellen en erfbewoners te adviseren. Zwaluwkring 't Gooi boekt goede resultaten met het plaatsen van nesthulpen onder bruggen in het buitengebied. Stalen balken worden daarmee veranderd in goede nestlocaties. Ook verschillende agrarische natuurverenigingen, waaronder die van Waterland en Drimmelen, zetten zich in voor de boerenzwaluw.

Boerenzwaluw onderzoeksproject

Tientallen vrijwillige ringers en tellers hebben, gecoördineerd door Bennie van den Brink (Stichting Hirundo) deelgenomen aan het Boerenzwaluw Project  Nederland en het European Swallowproject (1992-2004). Deze gegevens vormen uiterst waardevol referentiemateriaal dat dankzij een financiële bijdrage van Vogelbescherming in 2009 gepubliceerd wordt.

 

Doe mee!

Er nog steeds werk aan de winkel; ondanks alle inspanningen is er méér nodig:

  • Bekijk of uw erf en gebouwen geschikt zijn voor een boerenzwaluw.
  • Of doe mee aan onderzoek. Extra onderzoeksinspanningen zijn nodig om te bepalen wat op dit moment de cruciale succesfactoren voor de boerenzwaluw zijn. Sinds 2009 is het onderzoek op vereenvoudigde manier georganiseerd. De bewoonde boerenzwaluwnestentelling kost u maar twee dagdelen per jaar.

Meer informatie

 
 

Bennie van den Brink


Download (pdf, 983 kb) van het onderzoeksonderteam o.l.v. Bennie van den Brink.