Veel gestelde vragen over tuinvogels
Voor alles wat u over vogels wilt weten kunt u bij Vogelbescherming Nederland terecht. Antwoord op vragen, adressen van andere bronnen, maar ook advies over de aanschaf van producten. Sommige vragen worden heel vaak gesteld. U vindt ze hier mét de mogelijkheid om direct naar het antwoord door te klikken.
Het leggen van eieren
Vrouwtjes produceren niet alle eieren tegelijk, maar leggen ze stuk voor stuk. Dit om gewicht te besparen, wat wel zo handig is bij het vliegen. Om een compleet legsel te krijgen, leggen veel vogels een tijd lang elke dag een ei. Uilen doen er twee dagen over om een ei te produceren en bij arenden duurt het zelfs drie of vier dagen. Elk ei moet apart worden bevrucht en daarvoor is telkens een geslaagde paring voor nodig.
De ontwikkeling van het bevruchte eicelletje (het jong) is al begonnen voordat het ei gelegd wordt. Al in het lichaam begint de celdeling. Op het moment dat het ei gelegd wordt, wordt de ontwikkeling van het kuiken stopgezet, totdat het vrouwtje met het daadwerkelijke broeden begint. Het vrouwtje begint pas met broeden op het moment dat alle eieren zijn gelegd. Zo worden alle eieren gelijktijdig bebroed en komen de jongen tegelijk uit en dat is wel zo handig. Uilen en duiven beginnen wel meteen vanaf het eerste ei te broeden. De jongen komen met tussen pozen van 1 tot 2 dagen na elkaar uit het ei.
Op het moment dat de vogel begint met broeden wordt het ei verwarmd tot ongeveer 40 graden, waardoor de celdeling weer opgang komt. Daarna ontwikkelt het jong zich in een zeer korte tijd. Hoelang het duurt voordat een ei uitkomt is afhankelijk van de soort. Zo heeft een vinkje maar 14 dagen nodig om uit het ei te komen en een knobbelzwaan wel 36 tot 37 dagen.
