- Home
- > Over ons
- > Standpunten
- > Westerschelde
Opiniestuk ontpoldering voor natuur Westerschelde
20 april 2009
Het besluit om de Hedwigepolder aan de Westerschelde niet te ontpolderen is dramatisch voor de natuur en voor de bestuurlijke geloofwaardigheid van ons Kabinet.
Na de Waddenzee is de Westerschelde het meest unieke natuurgebied van ons land. Nergens in Noordwest Europa is een open estuarium van zo’n omvang en kwaliteit. Honderdduizenden trekvogels en tal van andere organismen zijn mede afhankelijk van de Westerschelde. De staat waarin de Schelde natuur verkeert is echter belabberd. Dat komt vooral door de verschillende verdiepingen van de vaargeul naar Antwerpen en door het nauwe keurslijf van dijken waarin de getijde rivier gevangen wordt gehouden. Hierdoor heeft de rivier te weinig ruimte om platen, slikken en schorren te behouden en te vormen die zo cruciaal zijn is dit soort zeldzame natuursystemen.
De enige manier om aan natuurherstel in dit systeem wat te doen is het vergroten van het oppervlak waarin de rivier zich kan bewegen. Of met andere woorden: ontpolderen. Vele studies en rapporten, tot en met dat van de Commissie Natuurherstel Westerschelde onder leiding van oud minister Ed Nijpels, geven dan ook aan dat er voor natuurherstel ontpolderd zal moeten worden. In het verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de Schelde heeft onze regering zich niet alleen verplicht tot de volgende verdieping van de vaargeul, maar nadrukkelijk ook tot het realiseren van nieuwe getijdennatuur: aan Nederlandse zijde 600 hectare en aan Vlaamse zijde ruim 1000 hectare nieuwe natuur voor herstel van de natuurlijkheid van de Schelde. In Vlaanderen is al begonnen met de uitvoering. In Nederland zou 300 van de 600 hectare gerealiseerd moeten worden in de Hedwigepolder. Een polder in eigendom van een grootgrondbezitter, bewerkt door enkele pachters en 'beladen' met emoties over het teruggeven van kostbaar agrarisch land aan het water.
Door nu te besluiten dit gebied niet te ontpolderen geeft de regering aan dat het de belangen van toekomstige generaties bij een adequate bescherming van natuur met internationale allure ondergeschikt vindt aan emoties. Ondenkbaar als het zou gaan om het opofferen van datzelfde kostbare agrarisch land aan een nieuwe woonwijk of industrieterrein. Met deze opstelling geeft het Kabinet van ons land een zeer ongeloofwaardig en moreel verwerpelijk signaal af aan andere landen die het niet nauw nemen met de natuur. Bovendien laat de regering zien weinig waarde te hechten aan een zeer zorgvuldig besluitvormingsproces dat tot nu toe tussen Nederland en Vlaanderen had plaatsgevonden. Het alternatief waarmee de regering komt om buitendijks natuur in de vorm van schorren aanleggen is evenmin geloofwaardig. Daarmee wordt de ruimte voor de rivier juist verkleind. Dat biedt niet alleen geen soulaas voor de natuur maar is ook nadelig voor de veiligheid. En het kost de belastingbetaler maar liefst 170 miljoen extra. Niet uit te leggen.
Het ontpolderingsbesluit van de Hedwigepolder had model moeten staan voor de uitvoering van andere delen van ons natuurbeleid, zoals de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur. Daar is bestuurlijke lef en een rechte rug voor nodig. Uitvoering van projecten voor behoud van biodiversiteit en natuur in dit land worden alleen maar urgenter. Los van het feit dat het bizar is dat het Kabinet gezwicht is voor de emoties, is de kans groot dat het juridisch geen solide besluit is. En dat het strijdig is met afspraken waar Nederland zich in internationaal verband aan gebonden heeft. Het Kabinet weet dat het waarschijnlijk niet uitvoerbaar is. Daarmee speelt het Kabinet een dubieus spel richting de belanghebbenden door hen hoop te geven dat de ontpoldering niet doorgaat. En nog dubieuzer is dat het Kabinet ons dwingt om de bestuursrechter te vragen of wij het verkeerd begrepen hebben en om deze misstap aan te vechten: een vorm van juridifisering en vertraging, die wij niet willen en waar niemand op zit te wachten, maar die nu onvermijdelijk is.
Vogelbescherming zal zich in ieder geval met andere organisaties blijven inzetten voor het leefgebied voor vogels in het belang voor de leefbaarheid en kwaliteit van ons land en voor daadwerkelijk natuurherstel in de Westerschelde.
Fred Wouters, Directeur Vogelbescherming Nederland