Spring naar content

Standpunt schadebestrijding ganzen en smienten

smient / MH

Per 1 december 2003 voert de overheid een nieuw beleid in om schade die overwinterende ganzen en smienten aan de landbouw veroorzaken te beperken.

 

Verruiming jacht op ganzen en smienten

In 1999 werd op jarenlang aandringen van Vogelbescherming Nederland de plezierjacht op ganzen en smienten beëindigd. Met de instelling van ganzengedooggebieden en een schaderegelingen voor boeren leek de weg ingeslagen die recht doet aan de internationale betekenis en verantwoordelijk van ons land voor de bescherming van ganzen.
Helaas zijn in november 2002 door de Tweede Kamer moties aangenomen die de jacht  op verschillende diersoorten verruimden. Een van de moties had tot doel de jacht op overwinterende grauwe ganzen, kolganzen en smienten weer mogelijk te maken. 
De jacht zou moeten bijdragen aan beperking van de schade die de soorten in de landbouw aanrichten.

Advisering om schade voor de ganzen te beperken

Vogelbescherming Nederland heeft zich het afgelopen jaar ingezet om het effect van deze motie op de bij ons overwinterende ganzen zoveel mogelijk te beperken. Daarvoor is zij betrokken geweest bij advisering van de minister over uitvoering van de moties. Mede dankzij deze advisering blijft de jacht op ganzen verboden en moet de overheid 80.000 ha. foerageergebied voor ganzen realiseren. Bij schade in de rest van Nederland moeten eerst alle mogelijke niet dodelijke middelen ingezet worden om ganzen weg te jagen van bijvoorbeeld akkers. Als dit faalt, komt voor kolganzen, grauwe ganzen en smienten beperkt afschot in beeld.

Standpunt Vogelbescherming Nederland:

  • Dat er op grauwe en kolganzen en smienten geschoten mag worden als andere verjaagmethoden hebben gefaald is een aanzienlijke achteruitgang ten opzichte van het verleden;
  • Dat ganzen in de toekomst uit een groot aantal gebieden verjaagd (met ondersteunend afschot) mogen worden is slecht voor ganzen;
  • De beleidsverandering mag niet aangegrepen worden om plezierjacht op ganzen toe te laten;
  • De uitvoering van deze beleidsveranderingen moet kritisch gevolgd worden. Daarbij moet met name op de gevolgen voor de in Nederland overwinterende ganzenpopulatie gelet worden.
  • Er is door de inzet van Vogelbescherming en andere Natuurbeschermingorganisaties winst geboekt ten opzichte van de pro-jachtmoties van najaar 2002

Meer informatie