- Home
- > Vogels beschermen
- > Stad en dorp
- > Stadsvogelbalans
Stadsvogels uit balans?
Veel stedelingen zijn de huismus als trouwe straatvriend gaan missen. In amper dertig jaar tijd verdwenen 500.000 tot 1 miljoen huismusparen uit ons land, een halvering van de totale populatie. Geen soort lijkt zo de media-aandacht te trekken als de huismus. Het is algemeen bekend dat de huismus op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels staat.
Sinds de eeuwwisseling lijkt de broedpopulatie zich licht te herstellen. Het is echter nog niet duidelijk of dit een tijdelijke opleving is of een structureel herstel. Opvallend genoeg neemt het winterbestand van de huismus in steden nog steeds af, terwijl in het buitengebied sprake is van stabilisatie. Mogelijk hangt dit samen met plaatselijke, seizoensgebonden verschuivingen, waarbij stadse mussen ’s winters uitzwermen naar het buitengebied.
Hoe staan de andere vogels van de stedelijke omgeving er nu precies voor? Daarop geeft de eerste Stadsvogelbalans antwoord.
Deze geeft inzicht in de populatieontwikkeling van ruim 40 vogelsoorten in de broedtijd én in de winter sinds 1990. Gescheiden weergegeven zijn de ontwikkelingen in de stad en in het buitengebied. Hierdoor wordt voor het eerst duidelijk hoe groot de verschillen zijn tussen de stad en het buitengebied.
Stijgers en dalers?
Wintervogels vertonen in de stad een stabielere trend dan in het buitengebied. Waarschijnlijk hangt dit samen met relatief constante factoren in de stad zoals minder vorstdagen en een meer continu voedselaanbod. De broedvogeltrend daarentegen vertoont binnen het stedelijk gebied in het algemeen een beduid sterkere daling dan in het buitengebied. Terwijl het stedelijk oppervlak in Nederland groeit, nemen de soorten die hiervan het meest zouden kunnen profiteren af. Dit geldt zelfs voor algemene typische stadsvogels als Turkse tortel en kauw. Hoewel er steeds meer huizen worden gebouwd, laten alle huizenbroeders op lange termijn een dalende trend zien. Ook de pioniersoorten – vogels die broeden op opgespoten zandvlaktes en bouwterreinen - vertonen een neerwaartse trend. Dit is des te opvallender omdat juist deze groep zou kunnen profiteren van stadsuitbreidingen.
Het zijn harde en soms zorgelijke cijfers. Reden te meer om een appèl te doen op iedereen om ook de vogels in de stedelijke omgeving alle ruimte te geven. Met alleen nestkastjes ophangen ben je er nog niet. Een volwaardig vogelbiotoop biedt naast nestgelegenheid immers ook voldoende voedsel en veiligheid.
De stadsvogelbalans is aan te vragen bij het Servicecentrum.